We kunnen een pand of object (bijv. een bankje of muur) aanwijzen als gemeentelijk monument,. Hiervoor volgen we een wettelijk voorgeschreven procedure. Aanwijzing van een gemeentelijk monument kan op verzoek van een belanghebbenden (bijvoorbeeld de eigenaar) of uit eigen beweging van de gemeente. Aan de hand van een aantal selectiecriteria beoordelen we de monumentale waarde van het pand of het object.

Selectiecriteria

De beoordeling van een aanwijzingsverzoek of aanwijzingsvoorstel wordt gedaan aan de hand van de volgende waarden of selectiecriteria waaraan een gemeentelijk monument moet voldoen:

  • architectonische waarden;
  • cultuurhistorische waarden;
  • stedenbouwkundige waarden;
  • overige waarden.

U vindt de selectiecriteria als bijlage bijgevoegd. 

Voorbeelden

  • Een schoolgebouw wordt geselecteerd, hoewel de gaafheid niet meer optimaal is (de ramen en deuren zijn vernieuwd), omdat het is ontworpen door een architect die in de gemeente Zwartewaterland gevestigd was;
  • Een boerderij wordt geselecteerd omdat het een typisch voorbeeld is van een bepaald type boerderijarchitectuur uit de jaren ’30;
  • Een voormalige hallehuisboerderij wordt geselecteerd omdat het bouwwerk op een prominente, goed zichtbare plaats in het landschap staat of langs een historisch belangrijke weg.

De beoordeling aan de hand van deze criteria resulteert in een zogenaamde redengevende omschrijving van het beoogde gemeentelijk monument. Het is van belang dat de beschrijving van het pand of object zo volledig mogelijk is. Het is van belang dat de beschrijving van het pand of object zo volledig mogelijk is.

Voortraject 

De eigenaar/ zaakgerechtigde wordt informeel geïnformeerd over de uitkomsten van de beoordeling. De omschrijving van het beoogde gemeentelijk monument (ook wel redengevende omschrijving genoemd) wordt dan toegestuurd en de eigenaar wordt in de gelegenheid gesteld zijn/ haar zienswijze naar voren te brengen. Ook onjuistheden in de redengevende omschrijving kunnen dan kenbaar worden gemaakt. Dit kan schriftelijk of middels gesprekken.

Voorgenomen aanwijzing en start juridische procedure

De eigenaar/ zaakgerechtigde wordt formeel per brief geïnformeerd over het voornemen van de gemeente om het pand/ object aan te wijzen als gemeentelijk monument (ook wel het voorgenomen besluit genoemd). Dit is de formele start van de juridische procedure. De (eventueel aangepaste) omschrijving van het beoogde gemeentelijk monument wordt wederom met de brief toegestuurd. Gedurende de inspraakperiode, die in de brief wordt genoemd, wordt de eigenaar in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijze schriftelijk naar voren te brengen.

Voorbescherming

Zodra de eigenaar/ zaakgerechtigde is geïnformeerd over het voornemen van het college van burgemeester en wethouders om zijn pand of object aan te wijzen tot gemeentelijk monument, treedt de zogenaamde voorbescherming in werking. Dit betekent dat vanaf dat moment het pand of object wordt behandeld alsof het al een monument is.

Zienswijze op de voorgenomen aanwijzing

Na bovengenoemde inspraakperiode wordt de zienswijze verwerkt. De zienswijze wordt meegenomen bij de besluitvorming door het college van burgemeester en wethouders. Vervolgens moet het college officieel advies van de Monumentenraad vragen.

Na dit advies neemt het college van burgemeester en wethouders een besluit tot het al dan niet aanwijzen als gemeentelijk monument. Van dit besluit wordt de eigenaar schriftelijk op de hoogte gesteld. In deze brief wordt gemotiveerd waarom de zienswijze wel/ niet heeft geleid tot het stopzetten van de aanwijzingsprocedure.

Bezwaar tegen het aanwijzingsbesluit

Als er wordt besloten een pand of object aan te wijzen als gemeentelijk monument, treedt, na de bekendmaking, de juridische bescherming in werking. Wat dit precies inhoudt komt verderop in deze brochure (onder ‘gevolgen van een aanwijzing’) aan de orde.

Indien een eigenaar/ zaakgerechtigde het niet eens is met het besluit van het college, kan binnen zes weken na verzending  van het besluit een gemotiveerd bezwaarschrift worden ingediend.

Het college van burgemeester en wethouders leggen het bezwaarschrift dan voor aan de bezwaarschriftencommissie. Deze onafhankelijke commissie stelt de bezwaarmaker in de gelegenheid het bezwaarschrift mondeling toe te lichten en brengt daarna advies uit aan het college van burgemeester en wethouders. Dit advies heeft tot gevolg dat de bezwaren gegrond of ongegrond worden verklaard door het college: de zogenaamde ‘beslissing op bezwaar’. In het laatste geval blijft het pand/ object een gemeentelijk monument.

Beroep bij de bestuursrechter

Als de beslissing op het bezwaarschrift niet naar tevredenheid is van de eigenaar/ zaakgerechtigde, staat de mogelijkheid van het instellen van beroep bij de bestuursrechter open. Het is dan mogelijk om, binnen zes weken vanaf de beslissing op bezwaar, een beroepschrift in te dienen bij de rechtbank Overijssel, sector bestuursrecht, in Zwolle.

Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Bij een negatieve uitspraak van de bestuursrechter is het nog mogelijk om – wederom binnen zes weken – hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RVS). De Staatsraden van de RVS zullen beoordelen of het oordeel van de bestuursrechter terecht is geweest.

Heeft u gevonden wat u zocht?